Zomershawl haken met een herhalend patroon van vier toeren

Tutorial

Zomershawl haken met een herhalend patroon van vier toeren

9 augustus 20263 min lezen

Haak een luchtige driehoekige zomershawl met een herhaling van vier toeren, katoen-lakengaren en een eenvoudige rand met picootjes.

Van inspiratie naar maken

Wil je dit later maken?

Bewaar dit eerst. Daarna kun je het als persoonlijk project starten, materialen afvinken en notities toevoegen.

Bekijk bewaarde ideeën

Deze luchtige zomershawl wordt gehaakt als driehoekige omslagdoek met een herhaling van vier toeren. De bron gebruikt zes bollen Kalinka van Scheepjes, een katoen-linnenmix van ongeveer 50 gram en 100 meter per bol. Het patroon bestaat uit lossenbogen, vasten en stokjes en eindigt met een eenvoudige rand.

Benodigdheden

  • zes bollen Kalinka van Scheepjes, ongeveer 50 gram en 100 meter per bol

De bron vermeldt geen haaknaaldmaat en noemt geen vaste afmetingen. Kies daarom een maat die bij jouw garen en gewenste soepelheid past. Ook de uiteindelijke afmetingen worden niet opgegeven; de shawl groeit zolang je de herhaling voortzet en voldoende garen hebt.

Begin van de zomershawl

Begin met 11 lossen. Haak een stokje in de achtste losse, daarna 3 lossen en nog een stokje in dezelfde losse. Daarmee ontstaat het midden van de driehoek. Haak vervolgens 4 lossen en sluit met een halve vaste in de eerste losse.

Keer het werk. De eerste toer van de herhaling bestaat uit stokjes in de lossenbogen en een vaste in de middelste boog. Daarna wisselen de toeren met lossenbogen en vasten af met een toer waarin groepjes stokjes worden gehaakt.

De herhaling van vier toeren

De bron werkt met deze volgorde:

  • een toer met groepjes stokjes en vasten in de bogen
  • een toer met lossenbogen en vasten
  • een toer met lossenbogen rond het midden en de aangrenzende groepjes stokjes
  • nog een toer met lossenbogen en vasten, waarna de herhaling opnieuw begint

In het midden wordt het patroon per toer opgebouwd. Let daar extra goed op: in de latere bronnotitie wordt uitgelegd dat in de middelste vaste twee stokjes met 3 lossen ertussen horen. Die correctie zorgt voor een extra boog en houdt de driehoek symmetrisch. Controleer daarom na een paar herhalingen of beide schuine zijden gelijk oplopen.

De herhaling gaat door tot de shawl de gewenste grootte heeft of het garen bijna op is. Wie met meerdere kleuren werkt, kan de wisseling op een toergrens laten vallen. In de bron worden roze strepen toegevoegd aan een grijze basis, maar een effen kleur past net zo goed bij het open haakwerk.

Rand en afwerking

Na de laatste herhaling kun je de shawl afsluiten met een rand. De maker gebruikte eerst een toer met stokjes en telkens een losse ertussen. De laatste toer bestaat uit vasten en picootjes. Heb je weinig garen over, dan kun je de rand eenvoudiger houden en alleen een toer vasten haken.

Werk de draadeinden zorgvuldig weg en leg de shawl plat om de vorm te controleren. Een lichte blocking kan helpen om de lossenbogen gelijkmatig te laten uitkomen, maar de bron schrijft geen vaste afwerking of maat voor.

Bron en controlepunt

Het volledige patroon en de patroontekening staan bij de maker. Bekijk daar ook de aanvullende uitleg over de middelste boog als jouw werk scheef begint te lopen.

Bron: Bekijk het originele patroon bij Inge's Creaties