
Patroon
Wanten met roodborstje breien: gratis patroon voor maat M
Brei warme wanten in maat M met sokkenwol, boordsteek, een duimspie en een geborduurd roodborstje. Het volledige Nederlandse patroon staat bij Woolish.
Van inspiratie naar maken
Wil je dit later maken?
Bewaar dit eerst. Daarna kun je het als persoonlijk project starten, materialen afvinken en notities toevoegen.
Deze gebreide wanten in maat M krijgen een bijzonder detail: op de handrug komt een roodborstje dat je achteraf met maassteken aanbrengt. Het patroon gebruikt één bol Lana Grossa Meilenweit Boots of vergelijkbare sokkenwol, vier sokkennaalden van 2½ mm en restjes garen voor het borduurwerk. De bron beschrijft de linker- en rechterwant afzonderlijk bij de duimspie; de volledige toer-voor-toeruitwerking staat bij Woolish.
Benodigdheden
- 1 bol Lana Grossa Meilenweit Boots, 100 g, kleurnummer 2802, of andere sokkenwol met een stekenverhouding van 28 steken en 40 naalden per 10 cm
- 4 sokkennaalden van 2½ mm
- Restjes sokkenwol in crème, blauwgrijs, donkerbruin, oranjerood en zwart, of borduurgaren in die kleuren
- Borduurnaald
- Schaartje en centimeter
Maat en opbouw
De oorspronkelijke beschrijving is voor maat M. Er wordt gestart met 56 steken, verdeeld over drie naalden. Het begin van de toer ligt middenachter; de steken van de handrug komen op één naald. De boord wordt gebreid in een patroon van vijf rechte en twee averechte steken. Na de boord gaat het werk verder in tricotsteek, met meerderingen voor de duimspie.
De bron noemt geen aparte afgewerkte handomtrek. Controleer daarom tijdens het breien of de want comfortabel om de hand ligt en pas de maat niet zomaar aan zonder eerst een proeflap of een goed passende bestaande want als vergelijking te gebruiken.
Boord en hand
Zet 56 steken op en brei de boordsteek van vijf recht en twee averecht. Verdeel de steken daarna over drie naalden volgens de verdeling uit het originele patroon. Brei in totaal tien toeren boordsteek. De boord is dan ongeveer 8 cm hoog.
Ga vervolgens verder in tricotsteek. In de eerste toer van het handgedeelte worden vier steken gemeerderd aan de pols- en duimkant. Daarna wordt de duimspie volgens de linker- of rechterwant uitgewerkt. De meerderingen lopen op tot 21 steken in de spie. Houd de bakens of markeerders goed op hun plaats; ze helpen om de duimaanzet terug te vinden.
Brei na de duimspie het handgedeelte tot ongeveer 16,5 cm, of tot de bovenkant van je pink. De top wordt daarna gevormd door minderingen. De bron beschrijft verschillende minderingen op de drie naalden; volg daarvoor de volledige uitleg bij Woolish, zodat de volgorde en richting van de minderingen behouden blijven.
Duim en afwerking
Zet de 21 steken van de duimspie weer op de naalden en neem rond de duimaanzet extra steken op. De duim wordt in het rond gebreid tot ongeveer een halve tot één centimeter onder de top, of tot ongeveer 6,5 cm hoogte. Minder daarna aan het einde van elke naald totdat er nog enkele steken over zijn. Trek de draad door de resterende steken en werk hem aan de binnenkant weg.
Sluit de top van de hand en de duim volgens de bron met de draad of met de daar genoemde kitchenersteek. Werk alle draden netjes weg voordat je gaat borduren. Voor de rechterwant blijft de werkwijze grotendeels gelijk, maar de duimspie wordt gespiegeld.
Het roodborstje mazen
Wanneer beide wanten gebreid en afgewerkt zijn, breng je het roodborstje op de handrug aan. Gebruik hiervoor de genoemde restjes sokkenwol of borduurgaren. Woolish noemt dit mazen: je werkt het motief steek voor steek op het breiwerk. De exacte plaatsing en motiefuitleg vind je in het originele patroon. Werk met kleine, gelijkmatige steken en controleer tussendoor of het motief niet aan de binnenkant van de want trekt.
