
Patroon
Mini-eenhoorn haken: gratis Nederlands patroon
Haak een kleine mini-eenhoorn met katoen en haaknaald 2,5 mm. Dit Nederlandse patroon beschrijft de benen, het lijf, hoofd, oren, hoorn, manen en staart.
Van inspiratie naar maken
Wil je dit later maken?
Bewaar dit eerst. Daarna kun je het als persoonlijk project starten, materialen afvinken en notities toevoegen.
Een mini-eenhoorn is een klein gehaakt amigurumi-project dat je met katoen en haaknaald 2,5 mm maakt. Het Nederlandse patroon van Irene Bertels van DutchLittleDots is gebaseerd op een ontwerp van Ms.Eni en is met toestemming naar het Nederlands vertaald. Door de afzonderlijke onderdelen en de korte toeren blijft het project overzichtelijk, ook als je nog niet veel amigurumi hebt gehaakt.
Benodigdheden
- Katoengaren, bijvoorbeeld Catona en ByClaire katoen
- Haaknaald 2,5 mm
- Vulling voor amigurumi
- Zwart garen voor de oogjes en neusgaten
- Optioneel: een rammelkraal voor in het hoofdje
- Steekmarkeerder of een draadje om het begin van een toer aan te geven
- Naald om de onderdelen aan elkaar te naaien
Het oorspronkelijke bericht noemt geen vaste hoeveelheid garen en geeft geen afzonderlijke kleurnummers. Kies daarom zelf enkele kleuren voor het lijf, de manen, de staart en de hoorn. De uiteindelijke grootte hangt af van je garen, haaknaald en hand van haken; met de genoemde materialen wordt het een klein exemplaar.
Afkortingen
- L: losse
- V: vaste
- HV: halve vaste
- HST: half stokje
- ST: stokje
Je haakt de onderdelen in spiraal of volgens de aangegeven toer. De getallen tussen haakjes zijn de aantallen steken na de toer.
Benen en lijf
Haak twee benen. Begin per been met 5 lossen en start in de tweede losse vanaf de haaknaald.
- Haak 4 V langs de bovenste lusjes en daarna 4 V aan de andere kant van de lossenketting (8).
- Haak toer 2 en 3: 8 V.
- Haak toer 4: 2 V in de eerste steek, 3 V, herhaal (10).
- Haak toer 5 en 6: 10 V.
- Haak toer 7: 2 V in de eerste steek, 4 V, herhaal (12). Sluit af met een HV in de eerste steek.
Hecht het eerste been af. Haak het tweede been op dezelfde manier, maar hecht dit niet af. Leg beide benen plat naast elkaar voordat je ze samenvoegt. Zo kun je controleren of ze recht staan.
Ga verder met het lijf:
- Toer 8: 5 V, 2 L, 12 V rond het eerste been, 2 L en 7 V rond het tweede been (28).
- Toer 9 tot en met 15: 28 V.
- Naai de opening tussen de benen dicht.
- Toer 16: 12 V, vier keer 2 V samenhaken, 8 V (24).
- Toer 17: 12 V, twee keer 2 V samenhaken, 8 V (22).
- Toer 18: markeer het begin, haak 8 V, druk het werk plat en haak 3 V in de laatste 3 steken van de vorige toer (11).
Naai de overgebleven opening later dicht en vul het lijf goed op, vooral bij de benen.
Hoofd en nek
- Toer 19: 10 V, 2 V in de volgende V (12).
- Toer 20: 1 V, 2 V in de volgende V, herhaal (18).
- Toer 21: 2 V, 2 V in de volgende V, herhaal (24).
- Toer 22: 3 V, 2 V in de volgende V, herhaal (30).
- Toer 23: 4 V, 2 V in de volgende V, herhaal (36).
- Toer 24 tot en met 28: 36 V.
- Toer 29: 4 V, 2 V samenhaken, herhaal (30).
- Toer 30: 3 V, 2 V samenhaken, herhaal (24).
Vul het hoofd tijdens het minderen op. Je kunt eventueel een rammelkraal toevoegen. Ga verder met toer 31: 2 V, 2 V samenhaken, herhaal (18). Haak in toer 32: 1 V, 2 V samenhaken, herhaal (12). Haak in toer 33 telkens 2 V samen (6). Hecht af, laat een lange draad over en trek de opening dicht door de draad door de voorste lussen van de laatste 6 steken te halen. Gebruik zo nodig de rest van de draad om de opening aan de rugzijde te sluiten.
Oren, hoorn en snuit
Haak twee oren met een lossenketting van 5 L. Begin in de tweede losse: 1 V, 1 V, 1 HST, 5 HST in de volgende losse. Ga aan de andere kant verder met 1 HST, 1 V, 1 V, 1 L en een HV om te sluiten. Hecht af met een lange draad.
Voor de hoorn:
- Toer 1: 3 V in een magische ring.
- Toer 2: 2 V in de eerste V, 2 V (4).
- Toer 3: 1 V, 2 V in de volgende V, 2 V (5).
- Toer 4: 4 V, 2 V in de volgende V (6).
- Toer 5: 6 V en een HV in de volgende steek.
Hecht af met een lange draad. Haak de snuit vanuit een magische ring: 6 V in de ring, toer 2 2 V in elke V (12), toer 3 1 V en 2 V in de volgende V, herhaal (18), en toer 4 18 V met een HV in de volgende steek. Laat een lange draad over en vul de snuit tijdens het vastnaaien licht op.
Manen en staart
Voor de manen haak je 20 L en begin je in de derde losse vanaf de haaknaald. Haak ST, 2 ST in de volgende, 2 L en HV in de volgende. Dat vormt het eerste boogje. Herhaal daarna: HV in de volgende, 2 L, 3 ST in de volgende, 2 L en HV in de volgende. Je krijgt in totaal 6 boogjes. Je kunt voor elk boogje een andere kleur gebruiken of één kleur aanhouden.
De staart bestaat uit drie delen die je eerst aan elkaar naait. Haak het middelste deel met 9 L: 2 HV, 2 V, 2 HST en 1 ST; haak in de laatste losse 3 ST, 2 L en 1 HV. Ga aan de andere kant verder met 1 HV, 2 V, 2 HST, 2 ST, 1 HST, 1 V en 1 HV en sluit met een HV. Haak de twee kleinere delen ook vanuit 9 L, maar eindig na de reeks aan de andere kant met 1 HV. Laat lange draden over om de drie delen samen te naaien.
In elkaar zetten
Naai de benen, oren, hoorn, snuit, manen en staart stevig aan het lijf. Controleer eerst met spelden of de onderdelen symmetrisch staan. Borduur ten slotte met zwart garen de oogjes en neusgaten. Werk losse draden aan de binnenkant weg en controleer of de vulling nergens uitkomt.
De bron vermeldt geen vaste maat, garenhoeveelheid of kleurcodes. Gebruik daarom de beschreven toeropbouw als leidraad en maak eerst één klein onderdeel om je spanning te beoordelen. Het originele Nederlandstalige patroon en de volledige bronvermelding vind je bij Irene Haakt – mini eenhoorn met gratis patroon.
