
Patroon
Koningspotjes haken: gratis patroon voor vier deksels
Maak vier kleine gehaakte deksels voor glazen potjes: een blauw deksel, een rood-wit deksel, twee gezichtjes en koninklijke kroontjes. De bron beschrijft de vier delen van de Mini-Cal stap voor stap.
Van inspiratie naar maken
Wil je dit later maken?
Bewaar dit eerst. Daarna kun je het als persoonlijk project starten, materialen afvinken en notities toevoegen.
Deze Mini-Cal van Dekselse Potjes en Crochet Friends verandert gewone glazen potjes in kleine, gehaakte figuren. In vier delen maak je verschillende deksels: een blauw deksel met rand, een rood-wit deksel met zwarte steekjes, twee gezichtjes en ten slotte haar, knotjes en kroontjes. De patronen zijn geschreven voor haaknaald 2,5 mm en gebruiken vooral vasten, halve vasten en lossen.
Wat maak je?
De serie is bedoeld voor potjes van ongeveer het middelste formaat van een groentepotje, of voor een pot met een deksel van 55 mm. De maker legt uit dat je het aantal meerderingen kunt aanpassen wanneer jouw deksel groter is. De vier delen horen bij elkaar, maar kunnen ook als losse dekselideeën worden gebruikt.
Benodigdheden
- Katoen in blauw, zilver en/of goud voor deel 1
- Katoen in rood, wit en zwart voor deel 2
- Katoen in huidskleur en rood voor deel 3
- Katoen in mocca en zachtgeel, plus goud en/of zilver voor deel 4
- Een glazen potje met deksel, of een deksel van ongeveer 55 mm
- Haaknaald 2,5 mm
- Maasnaald
- Steekmarkeerder
- Twee paar veiligheidsoogjes voor de gezichtjes
- Vulmateriaal
- Zwart borduurgaren
- Rouge met een kwastje voor één van de gezichtjes
De bron noemt geen vaste hoeveelheden garen. Leg daarom per kleur voldoende katoen klaar en controleer tijdens het haken of de dekselmaat overeenkomt met jouw potje.
De vier onderdelen
In deel 1 en deel 2 haak je ronde deksels in spiraal. De meerderingen brengen het werk tot 54 steken. Daarna volgen enkele rechte toeren en een decoratieve rand. Het eerste deksel krijgt een rand van lossenbogen met stokjes; het tweede krijgt een geschulpte rand en zwarte steekjes op het witte deel.
In deel 3 maak je twee hoofdjes. Na de meerderingen volgen rechte toeren, veiligheidsoogjes en minderingen. Het gezicht werk je af met een neus, mond, wenkbrauwen en wimpers. Het hoofdje met het rode mondje kan met een beetje rouge worden afgewerkt.
Deel 4 bevat het haar, een knotje en twee varianten van een kroon. Het haar wordt eerst rond gehaakt en daarna in toeren verder uitgewerkt. De kroontjes krijgen een rand van lossenbogen en worden afgewerkt met vasten.
Werkwijze en maat aanpassen
Werk de rondes volgens de originele volgorde en gebruik een steekmarkeerder om het begin van de toer te herkennen. De basismodellen starten telkens met zes vasten in een magische ring. Wie liever geen magische ring gebruikt, kan volgens de bron ook twee lossen haken en de eerste zes vasten in de eerste losse plaatsen.
Voor een groter deksel kun je vanaf de aangegeven meerdertoer doorgaan met zes vasten extra per toer. De verdere aantallen veranderen dan mee. Pas het werk regelmatig op het deksel: het haakwerk moet eroverheen kunnen zonder te trekken, maar mag ook niet los om de rand hangen.
Afwerking
Hecht de draden zorgvuldig af en werk ze aan de binnenkant weg. Bij de deksels kan het haakwerk eventueel met lijm aan de bovenkant van het deksel worden vastgezet. De maker waarschuwt dat hete lijm snel droogt; werk daarom rustig en voorzichtig. Bij de gezichtjes trek je de draad onder de oogjes aan om het gezicht vorm te geven.
De volledige vierdelige werkwijze, met alle toeren en afbeeldingen, staat bij de maker. Bekijk daarvoor het originele patroon van de Mini-Cal bij Dekselse Potjes. Het patroon is daar voor persoonlijk gebruik gepubliceerd; Hobbysalon neemt daarom de volledige broninstructies niet over.
