Klein gehaakt roosje haken: gratis patroon in 2 toeren

Patroon

Klein gehaakt roosje haken: gratis patroon in 2 toeren

6 augustus 20263 min lezenBeginner

Haak een klein roosje met 28 lossen, twee toeren en een eenvoudige afwerking. De bron beschrijft hoe het lint krult, wordt opgerold en onderaan wordt vastgezet.

Van inspiratie naar maken

Wil je dit later maken?

Bewaar dit eerst. Daarna kun je het als persoonlijk project starten, materialen afvinken en notities toevoegen.

Bekijk bewaarde ideeën

Een klein gehaakt roosje maak je met een ketting van lossen, twee toeren en een eenvoudige afwerking. Na de tweede toer krult het haakwerk sterk; dat is bij dit patroon de bedoeling. Door het krullende lint op te rollen en de draaduiteinden naar het midden te trekken, ontstaat een klein roosje. Het patroon is gebaseerd op het Nederlandstalige patroon van Freubelweb.

Benodigdheden en broninformatie

De geraadpleegde bron beschrijft de steken en de werkwijze, maar vermeldt geen specifieke garensoort, garenhoeveelheid of haaknaaldmaat. Kies daarom zelf een garen en haaknaald waarmee je een soepel lint kunt haken. De uiteindelijke grootte hangt af van die keuze en van je hand van haken.

De oorspronkelijke Nederlandstalige patroonpagina is als gratis blogpatroon toegankelijk in het geraadpleegde archief: Roosjes haken bij Freubelweb. De actuele Freubelweb-URL kon in deze controle niet veilig worden geopend; gebruik daarom de gearchiveerde bron voor de hier gecontroleerde beschrijving.

Toer 1: de basis van het roosje

  • Zet 28 lossen op.
  • Haak 1 vaste in elke losse. Aan het einde heb je 27 vasten, zoals in de bron vermeld.

Werk de vasten niet onnodig strak. Het lint moet straks kunnen krullen en oprollen.

Toer 2: de bloembladen

  • Haak 5 stokjes in de eerste vaste.
  • Haak 1 vaste in de tweede vaste.
  • Herhaal deze afwisseling over de hele toer: 5 stokjes in de volgende vaste en 1 vaste in de daaropvolgende vaste.

Tijdens deze toer trekt het haakwerk krom en ontstaat een kronkelend lint. Dat is geen fout die je moet proberen weg te trekken. De opeenhoping van stokjes zorgt ervoor dat het lint de vorm krijgt die je nodig hebt voor het roosje.

Het lint oprollen en vastzetten

Draai het krullende lint voorzichtig in elkaar, zodat de groepen stokjes als bloembladen rond elkaar komen te liggen. Trek daarna beide draaduiteinden in het midden aan de onderkant naar beneden. Zet de vorm daar stevig vast en werk de draden netjes weg.

De bron geeft geen vaste eindmaat. Hoe groot het roosje wordt, hangt onder meer af van het gekozen garen, de haaknaald en je hand van haken. Maak daarom eerst één proefroosje voordat je meerdere bloemen in dezelfde maat wilt maken.

Gebruik en variatie

Kleine roosjes kun je gebruiken als versiering op een cadeautje, een spijkerjas, een notitieboek of een gehaakt accessoire. Ook zonder de werkwijze te veranderen kun je met een andere kleur of een ander garen een ander uiterlijk krijgen. De bron noemt geen vaste materialenlijst of maatvoering, dus houd de materiaalkeuze en het uiteindelijke formaat bewust flexibel.

Dit is een kort patroon met een herkenbare volgorde: 28 lossen, een toer vasten, een toer met afwisselend stokjes en vasten, en daarna oprollen en vastzetten. Voor de broninformatie en de oorspronkelijke formulering van de steken ga je naar het gratis Nederlandstalige patroon van Freubelweb.