
Patroon
Gehaakte vlechtsteekdeken: gratis Nederlands patroon
Haak een deken met een opvallend vlechtsteekmotief in een basiskleur en verschillende kleuren voor de vlechtbanen. Dit gratis Nederlandse patroon legt de opbouw per toer uit.
Van inspiratie naar maken
Wil je dit later maken?
Bewaar dit eerst. Daarna kun je het als persoonlijk project starten, materialen afvinken en notities toevoegen.
Deze gehaakte vlechtsteekdeken krijgt haar reliëf door afwisselende toeren met halve stokjes en stokjes. Je werkt met één basiskleur en verschillende kleuren voor de vlechtbanen. Het gratis Nederlandse patroon van Marlies Heijmerink beschrijft de basis en de herhaling; de uiteindelijke lengte bepaal je zelf.
Benodigdheden
- Garen voor de basiskleur
- Verschillende kleuren garen voor de vlechtbanen
- Een haaknaald; in een reactie bij het patroon noemt de maker maat 5
De bron vermeldt geen merk, gewicht of hoeveelheid garen en geeft ook geen vaste afmetingen. Kies daarom eerst de gewenste maat en controleer tijdens het haken of de draad en haaknaald prettig samenwerken.
De basis opzetten
Haak met de basiskleur een ketting van lossen. Het aantal lossen is deelbaar door 2, met daarnaast 3 steken voor het eerste stokje. Haak de ketting niet te strak; een iets lossere opzet maakt het begin van de deken gelijkmatiger.
De eerste twee toeren
Haak in toer 2 een stokje in de vierde losse vanaf de haaknaald. Haak daarna steeds 1 losse en 1 stokje. Plaats het stokje telkens in de tweede losse van de opzetketting.
In de volgende toer begin je met 1 losse. Haak vervolgens een half stokje om de losse uit de vorige toer, daarna 1 losse en opnieuw een half stokje om de volgende losse. Herhaal dit patroon tot het einde. Sluit de toer af met een half stokje in de basiskleur, gehaakt op de drie lossen van de even toer.
De vlechtsteek herhalen
De daaropvolgende even toer begint met 3 lossen. Haak het eerste stokje in de top van het stokje uit de vorige even toer en wissel telkens een stokje en een losse af. Eindig met een stokje in de laatste halve losse van de oneven toer.
Herhaal daarna de oneven en even toeren. In de oneven toeren werk je met halve stokjes en lossen om de openingen heen; in de even toeren bouw je de rijen met stokjes en lossen op. Door met de basiskleur en contrasterende kleuren te werken ontstaan de vlechtbanen die het patroon zijn naam geven.
Kleur en afmetingen
De bron laat de kleurkeuze en het aantal kleuren voor de vlechtbanen vrij. Ook de lengte ligt niet vast: haak door tot de deken de gewenste lengte heeft. De maker vermeldt dat haar eigen deken nog iets langer werd gemaakt. Een vaste breedte, stekenproef en hoeveelheid garen staan niet in het oorspronkelijke patroon.
Verdeel de kleurwissels vooraf over de banen als je een rustig ritme wilt. Noteer per toer welke kleur je gebruikt; dat voorkomt dat een kleurwisseling later moeilijk terug te vinden is.
Afwerking
Werk de deken door tot de gewenste lengte en hecht de draden netjes af. Omdat de bron geen aparte rand beschrijft, is een rand geen verplicht onderdeel van dit patroon. Wil je de randen verstevigen, beoordeel dan eerst na het wassen en drogen of dat nodig is; voeg geen rand toe als je het oorspronkelijke uiterlijk wilt behouden.
Bron: Bekijk het originele patroon bij T-jonge
De volledige volgorde en eventuele correcties blijven gekoppeld aan de bron. Controleer bij het begin vooral of je de halve stokjes om de lossen uit de vorige toer haakt; een reactie op het oorspronkelijke bericht wijst precies op dat aandachtspunt.
