Gehaakte poefhoes met kleurige rondes

Patroon

Gehaakte poefhoes met kleurige rondes

9 augustus 20265 min lezen

Haak een kleurrijke hoes voor een ronde poef met wisselende steken en kleuren. Deze flexibele werkwijze past zich aan jouw eigen poef aan.

Van inspiratie naar maken

Wil je dit later maken?

Bewaar dit eerst. Daarna kun je het als persoonlijk project starten, materialen afvinken en notities toevoegen.

Bekijk bewaarde ideeën

Met deze bronbeschrijving haak je een kleurrijke hoes voor een ronde poef of een kussen. Het ontwerp bestaat uit een ronde bovenkant met wisselende kleuren en steken, gevolgd door rechte rondes voor de zijkant. De hoes is niet aan één vaste maat gebonden: je past het meerderen en minderen aan de poef die je bekleedt aan.

De beschrijving hieronder is gebaseerd op het patroon van Bij Saar en Mien. De maker noemt het zelf eerder een werkwijze en inspiratie dan een universeel patroon. Er zijn daarom geen vaste stekenaantallen of afmetingen voor elke poef.

Benodigdheden

  • Katoen zoals Rio katoen (Catania)
  • Haaknaald 3,5 mm
  • Meerdere kleuren garen

De bron noemt geen vaste hoeveelheid garen. Kies voldoende kleuren om de rondes af te wisselen en houd extra garen achter de hand voor de zijkant en de afwerking.

Eerst de juiste vorm bepalen

Begin met een ronde bovenkant vanuit een magic loop. De eerste rondes vormen het middelpunt; daarna wordt de cirkel steeds groter. Het werk moet vlak blijven liggen. Gaat het sterk bobbelen, dan zijn er volgens de bron waarschijnlijk te veel steken of te ruime groepen toegevoegd en moet je minderen. Trekt de cirkel naar binnen, dan is meerderen nodig.

De maker telde de steken niet. Dat is bewust: de hoes moet passen bij jouw poef, niet bij een voorgeschreven maat. Leg het haakwerk regelmatig op de zitting en pas de volgende ronde aan wanneer de vorm daarom vraagt.

De ronde bovenkant haken

Wissel de kleuren per ronde af. Sluit iedere ronde met een halve vaste. Begin de volgende ronde op een andere plaats, zodat de overgangen minder opvallen.

De eerste 25 rondes bouwen de decoratieve bovenkant op:

  • Ronde 1 start met een magic loop. Haak afwisselend een stokje en een losse, twaalf keer.
  • Ronde 2 werkt in de ruimtes tussen de stokjes, met vasten en lossen.
  • Ronde 3 gebruikt clusters van drie stokjes in de ruimtes van de vorige ronde.
  • Ronde 4 vult de ruimtes tussen de clusters met stokjes.
  • Ronde 5 bestaat uit halve vasten over de vorige ronde.
  • Rondes 6a en 6b vormen samen een dubbele ronde met stokjes en lossen. Werk de twee delen over afwisselende steken.
  • Ronde 7 haakt groepjes van drie stokjes in de ruimtes van twee lossen.
  • Ronde 8 werkt met halve vasten over de stokjes.
  • Ronde 9 maakt nieuwe ruimtes met vasten en lossen tussen de groepjes.
  • Ronde 10 vult die ruimtes met twee stokjes, een losse en nog twee stokjes.
  • Ronde 11 maakt waaiers van zeven stokjes in de ruimte van de losse.
  • Ronde 12 werkt met vasten en een half stokje tussen de waaiers.
  • Ronde 13 haakt stokjes over alle steken; ronde 14 werkt daar halve vasten overheen.
  • Ronde 15 wisselt stokjes en lossen af, zodat opnieuw open ruimtes ontstaan.
  • Ronde 16 voegt een ketting van lossen toe die door de stokjes wordt geweven.
  • Ronde 17 maakt clusters van drie stokjes met een losse ertussen.
  • Ronde 18 werkt alle steken met vasten.
  • Rondes 19a en 19b vormen opnieuw een dubbele ronde met stokjes, overslagen steken en lossen.
  • Ronde 20 werkt in de ruimtes van twee lossen met halve stokjes en lossen.
  • Ronde 21 haakt twee halve stokjes in de ruimtes tussen de stokjes.
  • Ronde 22 gebruikt clusters van drie stokjes en lossen.
  • Ronde 23 maakt waaiers van drie stokjes tussen de clusters.
  • Ronde 24 werkt tussen de waaiers met twee halve stokjes en een losse.
  • Ronde 25 maakt groepjes van vijf stokjes en halve stokjes tussen de groepjes.

In deze rondes komen vasten, halve vasten, halve stokjes, stokjes en clusters van drie stokjes terug. De bron beschrijft de cluster als drie gedeeltelijk afgewerkte stokjes die samen door de laatste lussen worden gehaald. Oefen die steek eventueel eerst op een proeflapje.

De zijkant recht naar beneden haken

Vanaf ronde 25 werkte de maker recht naar beneden. Ook hier is geen vaste regel: bij een andere poef kan nog een meerdering of mindering nodig zijn.

  • Ronde 26 werkt met vasten en drie lossen op de bovenste steken van de stokjes.
  • Ronde 27 haakt halve stokjes in de lussen tussen de stokjes.
  • Ronde 28 gebruikt vier stokjes in de groepjes en een stokje tussen de waaiers.
  • Ronde 29 werkt met halve stokjes over de hele ronde.
  • Ronde 30 vormt een rand van halve vasten.
  • Rondes 31 tot en met 33 bestaan uit halve stokjes; wissel de kleur wanneer dat bij jouw ontwerp past.
  • Ronde 34 haakt stokjes in de achterste lussen.
  • Ronde 35 werkt in de voorste lussen met vasten.

Pas na elke paar rondes of de hoes nog soepel om de poef valt. De zijkant mag niet zo strak worden dat het haakwerk gaat trekken, maar ook niet zo ruim dat de hoes los komt te zitten.

Afwerking en aanpassen

Werk de laatste draadjes netjes weg. De bron beschrijft geen vaste sluiting of maatvoering; de hoes kan dus als losse bekleding rond een bestaande poef of kussen worden gebruikt. Wil je een strakkere pasvorm, dan kun je aan het einde een passende rand toevoegen, zolang die de hoes niet vervormt.

Kleurwissels maken het ontwerp persoonlijk. Je kunt rustige tinten kiezen voor een ton-sur-ton effect of juist veel contrasterende kleuren gebruiken. Houd de steekvolgorde van de rondes als uitgangspunt en pas alleen de vorm aan de afmetingen van jouw poef aan.

Bron en beperking

De oorspronkelijke beschrijving staat bij Bij Saar en Mien. De huidige bronpagina is niet meer rechtstreeks bereikbaar; de patroonbeschrijving is gecontroleerd in een gearchiveerde versie. De bron vermeldt zelf dat stekenaantallen, maat en meerderingen per poef kunnen verschillen. Gebruik daarom je eigen poef als maatstaf en behandel de rondes als een flexibel ontwerp, niet als een gegarandeerd passend patroon.