
Tutorial
Gehaakte omslagdoek met grote ruiten: gratis patroon
Haak een driehoekige omslagdoek met grote ruiten. Dit duidelijke patroon begint bij de punt en werkt met lossen, stokjes en een herhaling van vijf toeren.
Van inspiratie naar maken
Wil je dit later maken?
Bewaar dit eerst. Daarna kun je het als persoonlijk project starten, materialen afvinken en notities toevoegen.
Deze gehaakte omslagdoek groeit vanuit de punt en krijgt door het herhalen van vijf toeren een patroon van grote ruiten. De bron gebruikt één bol Scheepjeswol Olifant en haaknaald 3 mm. Hieronder staat een overzichtelijke, oorspronkelijke uitwerking van de beschikbare patrooninformatie.
Benodigdheden
- 1 bol Scheepjeswol Olifant, 100% acryl
- haaknaald 3 mm
- eventueel ongeveer 28 gram garen voor franjes
De afmetingen hangen af van hoe vaak je de patroonreeks herhaalt. De bron noemt geen vaste eindmaat.
Gebruikte steken
- l = losse
- st = stokje
Je werkt vanaf de punt naar boven. Elke toer begint en eindigt met een vaste randopbouw. In de eerste toer vormt een ketting van 11 lossen de basis. Daarna ontstaat het ruitmotief door groepen stokjes af te wisselen met lossenbogen.
De basis van het patroon
Begin met 11 lossen. Haak in de vijfde losse vanaf de haaknaald een stokje, daarna nog een stokje. Haak 2 lossen, sla 2 steken over en haak in elk van de laatste 3 lossen een stokje. Keer het werk.
De tweede toer begint met 4 lossen, die als eerste stokje tellen. Haak 4 stokjes in de eerste opening, 2 lossen, 1 stokje om de volgende lossenboog, opnieuw 2 lossen en 5 stokjes in de laatste opening.
In de derde toer blijft die opbouw herkenbaar: 4 lossen, 4 stokjes in de eerste opening, 2 lossen en stokjes in de middelste lossenbogen. Sluit weer af met 5 stokjes in de laatste opening. Vanaf dit punt gebruik je aan het begin en einde de verkorte randopbouw: 5 stokjes.
De ruiten herhalen
De ruitvorm ontstaat in de toeren 4 tot en met 10. De belangrijkste beweging is steeds dezelfde: stokjes in een lossenboog, 2 lossen, een aantal stokjes in het midden en opnieuw een lossenboog. In sommige toeren sla je steken over; in andere toeren haak je stokjes op de stokjes van de vorige toer. Zo verschuift het midden van de ruit geleidelijk.
Herhaal na toer 10 de reeks van toer 6 tot en met toer 10 tot de omslagdoek de gewenste hoogte heeft. Haak in iedere toer het gedeelte tussen de sterretjes zo vaak als de breedte van het werk vraagt. Eindig steeds met de vaste randopbouw van 5 stokjes.
Afwerking
Sluit af met een toer stokjes: haak op iedere lossenboog 2 stokjes. Werk de draden netjes weg en controleer of de randen gelijkmatig blijven. Wie dat mooi vindt, kan franjes aan de schuine kanten toevoegen. Reken daarvoor op ongeveer 28 gram garen.
Het oorspronkelijke patroon is afkomstig uit een Ariadne uit 1980 en wordt op de bronpagina verder uitgeschreven met de afzonderlijke toeren. Bekijk daarom bij twijfel over een herhaling of steekplaats de volledige bronbeschrijving.
