
Patroon
Gehaakte omslagdoek haken: gratis patroon vanuit de punt
Haak een eenvoudige driehoekige omslagdoek vanuit de punt met stokjes en lossen. Deze brongetrouwe uitleg bevat ook een randje, koord en afwerking.
Van inspiratie naar maken
Wil je dit later maken?
Bewaar dit eerst. Daarna kun je het als persoonlijk project starten, materialen afvinken en notities toevoegen.
Deze gehaakte omslagdoek van Joyce van Mez11 groeit vanuit een punt. Je maakt eerst een kleine ring en bouwt daarna met stokjes, lossen en een vaste herhaling een driehoekige doek op. De oorspronkelijke uitleg is gratis te lezen bij de maker; hieronder staat de werkwijze overzichtelijk samengevat.
Over het patroon
Het ontwerp is bedoeld als eenvoudig basispatroon dat je kunt doorhaken tot de doek de gewenste lengte heeft. De bron noemt geen garenmerk, garendikte, haaknaaldmaat of vaste eindafmetingen. Kies daarom je materiaal op basis van de gewenste soepelheid en controleer tijdens het haken regelmatig de maat en valling.
De doek opbouwen
Begin met 4 lossen en sluit die met een halve vaste tot een ring.
In de eerste toer haak je 3 lossen als eerste stokje, daarna nog 2 stokjes in de ring, 2 lossen en 3 stokjes in dezelfde ring.
Keer voor de tweede toer. Haak aan het begin 3 lossen en 2 stokjes in dezelfde steek. Haak 1 losse. In de lossenruimte uit de vorige toer haak je 3 stokjes, 2 lossen en nog 3 stokjes. Sluit de toer af met 1 losse en 3 stokjes in de laatste steek.
De derde toer werkt volgens hetzelfde principe, maar bevat aan beide kanten een extra groep van 3 stokjes rond de lossenruimte. Keer het werk, begin met 3 lossen en 2 stokjes in de eerste steek, en herhaal vervolgens: 1 losse, 3 stokjes om de lossenruimte, 1 losse. In de middelste ruimte haak je 3 stokjes, 2 lossen en 3 stokjes. Eindig na de laatste lossenruimte met 1 losse en 3 stokjes in de laatste steek.
Vanaf toer 4 herhaal je de derde toer. Ga door tot de omslagdoek de lengte heeft die je prettig vindt. Omdat de bron geen vaste maat voorschrijft, kun je het project op tijd passen en zelf bepalen wanneer je stopt.
Een eenvoudig randje
De maker gebruikt een eenvoudig randje. Haak eerst 1 vaste in iedere steek en om iedere losse uit de vorige toer. Keer het werk voor de tweede randtoer. Haak 1 losse en herhaal daarna langs beide zijden: 1 vaste, 3 lossen, 2 steken overslaan. Hecht af en werk de draden netjes weg.
Koord en afwerking
Voor het koord gebruikte de maker 3 strengen garen en een grotere haaknaald. Haak lossen tot het koord de gewenste lengte heeft. Zet de koorden met naald en draad vast op de punten van de omslagdoek. Aan de uiteinden kwamen tassels; bloemen, kralen of een andere afwerking zijn volgens de bron ook mogelijk.
Bij kleurwisselingen blijven twee draadjes op dezelfde plek. De maker adviseert om daar eerst een knoopje te leggen voordat je de draden wegwerkt en afknipt.
Wat je zelf bepaalt
De bron geeft geen vaste stekenverhouding, materiaalhoeveelheid, eindmaat of haaknaalddikte. Die gegevens kun je dus niet zonder meer uit deze samenvatting afleiden. Noteer tijdens het haken welke garen- en naaldcombinatie je gebruikt, vooral als je later een tweede doek in dezelfde maat wilt maken.
