
Patroon
Gehaakte omslagdoek met grote ruiten: gratis patroon
Haak een driehoekige omslagdoek met grote ruiten van één bol Scheepjeswol Olifant. De Nederlandse bron beschrijft de opbouw met stokjes, lossenbogen en een herhaling van vijf toeren.
Van inspiratie naar maken
Wil je dit later maken?
Bewaar dit eerst. Daarna kun je het als persoonlijk project starten, materialen afvinken en notities toevoegen.
Deze gehaakte omslagdoek met grote ruiten begint bij de punt en groeit naar boven. Het patroon gebruikt stokjes en lossenbogen om een open ruitmotief te maken. De oorspronkelijke uitleg werkt met één bol Scheepjeswol Olifant en haaknaald 3; wie de doek groter of kleiner wil, kan de herhaling aanpassen aan de gewenste hoogte.
Benodigdheden
- 1 bol Scheepjeswol Olifant, 100% acryl
- Haaknaald 3
- Voor franjes: ongeveer 28 gram garen uit de bol
De bron noemt geen vaste eindmaten. De doek groeit vanuit de punt, waardoor je tijdens het haken kunt stoppen wanneer de vorm en hoogte bij jouw doel passen.
Zo is het patroon opgebouwd
Je begint met een ketting van 11 lossen. De eerste toeren vormen een kleine basis met stokjes en een lossenboog. Daarna wordt de omslagdoek breder doordat aan het begin en einde van iedere toer een vaste groep stokjes terugkomt. In het midden ontstaan de ruiten door stokjes om lossenbogen te haken en op andere plaatsen steken over te slaan.
De patroonuitleg werkt met een herhaling van toer 6 tot en met toer 10. Binnen die herhaling wisselen dichte groepen stokjes en open lossenbogen elkaar af. Zo ontstaat het grote ruitmotief. De volledige toerbeschrijving, inclusief de precieze plaats van de steken, staat bij de oorspronkelijke maker; gebruik die bron naast je werk en neem de herhaling pas over nadat de eerste ruiten duidelijk herkenbaar zijn.
Werken vanuit de punt
Haak de beginlossen los genoeg om de eerste stokjes niet samen te trekken. In de eerste toer maak je de basis van de vorm. De volgende toer bouwt aan beide kanten uit. Vanaf de daaropvolgende toeren bestaat de structuur uit een terugkerende randgroep, lossenbogen en groepen stokjes in of rond die bogen.
Let bij het lezen van de bron op het verschil tussen een stokje in een steek en stokjes om een lossenboog. Dat onderscheid bepaalt waar de openingen en de ruiten ontstaan. De middelste herhaling wordt in iedere toer opnieuw tussen de randgroepen geplaatst. Haak rustig verder tot de omslagdoek de gewenste hoogte heeft.
Afwerking
De laatste toer bestaat uit stokjes, waarbij de lossenbogen worden opgevuld. Werk de draad zorgvuldig weg. Wie dat mooi vindt, kan langs de schuine kanten franjes aanbrengen. De bron noemt hiervoor ongeveer 28 gram garen. Verdeel de franjes gelijkmatig en knip ze pas op lengte wanneer de doek plat ligt.
Bron en beperking
Dit is een oorspronkelijke, verkorte Nederlandse samenvatting van het project. Het patroon verscheen bij Breien en Beppen en vermeldt dat het ontwerp oorspronkelijk uit een Ariadne uit 1980 komt. De volledige toer-voor-toerbeschrijving staat bij de maker:
Bron: Bekijk het originele patroon bij Breien en Beppen
De bron geeft geen vaste afmetingen of stekenproef. Neem daarom geen maat of hoeveelheid over die niet op de bronpagina staat. Controleer de ruitopbouw na de eerste herhaling voordat je verder haakt.
