
Tutorial
Beren-babyslofjes haken: gratis patroon voor maat 4–5 maanden
Haak beren-babyslofjes voor maat 4–5 maanden met twee kleuren garen. Bekijk de materialen, opbouw en afwerking van dit gratis patroon.
Van inspiratie naar maken
Wil je dit later maken?
Bewaar dit eerst. Daarna kun je het als persoonlijk project starten, materialen afvinken en notities toevoegen.
Met zacht garen en een haaknaald van 3,5 of 4 mm kun je deze beren-babyslofjes haken voor een baby van ongeveer 4 tot 5 maanden. De bron vermeldt een zoollengte van circa 10 cm en werkt met twee kleuren: kleur A voor de zool en boord, en kleur B voor het schoengedeelte. Hieronder staat een originele Nederlandstalige samenvatting van de opbouw; de volledige toerbeschrijving staat bij de maker.
Benodigdheden
- zacht en stevig garen voor haaknaald 3,5–4,5 mm
- garen in kleur A, bijvoorbeeld grijs
- garen in kleur B, bijvoorbeeld wit
- haaknaald 3,5 of 4 mm
- naald
- schaar
De bron noemt geen vaste garenhoeveelheid. De juiste haaknaald hangt mede af van hoe strak je haakt. Controleer daarom tijdens het werken of de zool ongeveer de genoemde lengte krijgt.
Zo is het patroon opgebouwd
Je begint met kleur A aan de zool. De eerste drie toeren vormen een ovale basis rond een lossenketting. In de eerste toer ontstaan 32 steken; door meerderingen groeit dat in de tweede toer naar 48 steken. De derde toer wordt in de achterste lussen gewerkt, zodat een duidelijke overgang naar de zijkant van het slofje ontstaat.
Daarna haak je met kleur B het schoengedeelte. De vierde en vijfde toer lopen grotendeels recht rond. In toer 6 tot en met 9 mindert de vorm aan de voorkant. Daardoor ontstaat ruimte voor de voet en krijgt het slofje de herkenbare schoenvorm. De bron vermeldt na deze toeren achtereenvolgens 40, 34, 30 en 28 steken.
Het boordje maken
Het boordje wordt opnieuw met kleur A gehaakt. Je maakt eerst een ketting van 12 lossen en haakt daarop 11 vasten in de achterste lussen. Daarna verbind je het boordje telkens met twee halve vasten aan het schoengedeelte en haak je de ketting terug. Toer 10 en 11 worden herhaald tot en met toer 24.
Sluit het boordje door de uiteinden met de hand aan elkaar te naaien of ze met 11 vasten samen te haken. Vouw het boordje dubbel. Zo krijgt het babyslofje een omslag die het berengezichtje mooi omlijst.
Het berengezicht afwerken
Voor ieder oor maak je een magische ring met 6 vasten. De bron beschrijft deze oren als halve maantjes. De snoet bestaat uit drie kleine toeren: je start met 6 vasten en meerdert tot 12 steken. Na het afhechten naai je de oren en snoet op het slofje. Borduur daarna de ogen, neus en mond met de hand.
Werk de draden netjes weg en controleer beide slofjes naast elkaar. Let vooral op dezelfde zoollengte, dezelfde hoogte van het boordje en een vergelijkbare plaatsing van de ogen en snoet. De bron geeft geen extra maatvoering voor andere leeftijden; pas het patroon daarom niet zomaar aan zonder zelf de verhoudingen te controleren.
Bron en volledige beschrijving
Dit artikel is een eigen Nederlandstalige samenvatting van het Engelstalige gratis patroon. Voor alle toeren, afkortingen en de oorspronkelijke afbeeldingen: bekijk het volledige patroon bij Get Unraveled.
